Wet op de Nederlandse identiteitskaart · Wet op de Nederlandse identiteitskaart
Wet op de Nederlandse identiteitskaart Art. 18
§ 1 Algemeen
1 De aanvrager overlegt bij zijn aanvraag alle Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld ter inzage, ongeacht of hun geldigheidsduur is verstreken.
2 De aanvrager die in een buitenlands reisdocument staat vermeld, doet hiervan bij zijn aanvraag mededeling.