Wet op de Nederlandse identiteitskaart · Wet op de Nederlandse identiteitskaart
Wet op de Nederlandse identiteitskaart Art. 24
§ 2 Aanvragen door of ten behoeve van minderjarigen jonger dan twaalf jaar
1 Op de procedure ingevolge de artikelen 22 en 23 is in het Europese deel van Nederland de derde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , met uitzondering van artikel 278, derde lid , van toepassing.
2 De bevoegde rechter, genoemd in artikel 22, tweede en derde lid , en in artikel 23 , is in het Europese deel van Nederland de kinderrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg.
3 De rechter beslist met de meeste spoed.
4 Bij een aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame wordt deze als aanvrager beschouwd.