Beleidsregels risicoverevening 2027 · Beleidsregels risicoverevening 2027
Beleidsregels risicoverevening 2027 Art. 2.11IBZ_C
Hoofdstuk II De toekenning van de vereveningsbijdrage
1 Het Zorginstituut baseert de raming van het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium IBZ_C op: a. de indeling in IBZ_C-klassen 2027 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 8; b. de leeftijd volgens het PKB 2024; c. de som van de kosten over 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; – kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en – verloskunde via medisch-specialistische zorg; d. de som van de kosten 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; – kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en – verloskunde via medisch-specialistische zorg;
2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2024 en bepaalt daarmee en met inachtneming van bijlage 8, in welke IBZ_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte gelijk aan de verzekeringsperiode in het PKB 2024.
3 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2025 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
4 Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2025 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2025 toe.
5 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2026 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
6 Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2026 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2026 toe.
7 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in.
8 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden in alle klassen van het criterium IBZ_C naar de macroverzekerdenraming.
9 Het Zorginstituut past een correctie toe op de eerste klasse van het criterium IBZ_C op basis van het gerealiseerde aantal verzekerden in de eerste klasse van het criterium IBZ_C in 2024.
10 Het Zorginstituut past een correctie toe op de tweede en de derde klasse van het criterium IBZ_C op basis van de historische verhouding van het aantal gerealiseerde bevallingen in het criterium IBZ_C ten opzichte van het aantal 0-jarigen in het criterium L5G.