Beleidsregels risicoverevening 2027 · Beleidsregels risicoverevening 2027
Beleidsregels risicoverevening 2027 Art. 2.14MHK_C
Hoofdstuk II De toekenning van de vereveningsbijdrage
1 Het Zorginstituut baseert de raming van het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MHK_C op: a. de indeling in MHK_C-klassen 2027 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 11; b. de kosten over 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: – verpleging en verzorging; – kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; – verloskunde via medisch-specialistische zorg; en – hulpmiddelen; c. de kosten over 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2025, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: – verpleging en verzorging; – kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; – verloskunde via medisch-specialistische zorg; en – hulpmiddelen; d. de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2024, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2025 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: – verpleging en verzorging; – kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; e. de opgave per 25 april 2025 van hulpmiddelenkosten 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer via Vektis aan het Zorginstituut; f. de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2026 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2025; g. de leeftijd volgens het PKB 2025; en h. het PKB 2024, PKB 2023 en PKB 2022.
2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met h, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2025 en bepaalt daarmee en met inachtneming van bijlage 11, in welke MHK_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3 Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2025 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2023 toe.
4 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2026. Op de verzekerden die in het PER 2026 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2024 toe.
5 Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
6 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_C’ in.
7 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK_C naar de macroverzekerdenraming. De relatieve prevalentie van verzekerden die in Nederland wonen wordt per klasse bepaald met de relatieve prevalentie zoals die volgt uit de kosten van de gegevensjaren 2024, 2023 en 2022 van de Overall Toets 2027.