Vierde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de recht Art. 3Verbod van uitzetting van onderdanen
1 Niemand mag, bij wege van een maatregel van individuele of collectieve aard, worden uitgezet uit het grondgebied van de Staat, waarvan hij een onderdaan is.
2 Aan niemand mag het recht worden ontnomen het grondgebied te betreden van de Staat, waarvan hij onderdaan is.