Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inza Art. 2Werkingssfeer
1 De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, wederzijdse rechtshulp in alle aangelegenheden verband houdend met de opsporing, vervolging en bestrijding van strafbare feiten.
2 De rechtshulp omvat, onder meer: a. het verstrekken van gegevens en voorwerpen; b. het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen en voorwerpen; c. het onderzoeken van plaatsen; d. het betekenen van stukken; e. het horen van getuigen onder ede of belofte en het verkrijgen van ander bewijs; f. het uitvoeren van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming ter verkrijging van bewijs; g. het verstrekken van processtukken en andere bescheiden; h. het ter beschikking stellen van gedetineerden en andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan onderzoeken; en i. het opsporen van, beslag leggen op en verbeurd verklaren van de baten van strafbare feiten en andere voorwerpen en de inning van boetes.