Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het Art. 1
1 Bij het aannemen van programma's en maatregelen ter toepassing van deze Bijlage, verlangen de Verdragsluitende Partijen, afzonderlijk of gezamenlijk, dat gebruik wordt gemaakt van: - de beste beschikbare technieken voor puntbronnen - de beste milieupraktijk voor puntbronnen en diffuse bronnen, hierbij inbegrepen, indien van toepassing, schone technologie.
2 Bij het stellen van prioriteiten en het beoordelen van de aard en de reikwijdte van de programma's en maatregelen en de tijdschema's daarvoor hanteren de Verdragsluitende Partijen de in Aanhangsel 2 genoemde criteria.
3 De Verdragsluitende Partijen nemen preventieve maatregelen om het risico van verontreiniging ten gevolge van ongevallen tot een minimum te beperken.
4 Bij het aannemen van programma's en maatregelen met betrekking tot radioactieve stoffen, met inbegrip van afvalstoffen, houden de Verdragsluitende Partijen tevens rekening met: a. de aanbevelingen van de andere desbetreffende internationale organisaties en instellingen; b. de door deze internationale organisaties en instellingen aanbevolen controleprocedures.