Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 10Voorkoming van het omzeilen van verbintenissen inzake uitvoersubsidies
DEEL V
1 De niet in artikel 9, lid 1, genoemde uitvoersubsidies worden niet zo toegepast dat zulks leidt tot of kan leiden tot het omzeilen van de verbintenissen inzake uitvoersubsidies; niet-commerciële transacties zullen niet worden gebruikt om dergelijke verbintenissen te omzeilen.
2 De Leden verbinden zich ertoe mee te werken aan de totstandbrenging van internationaal aanvaarde disciplines voor uitvoerkredieten, uitvoerkredietgaranties of uitvoerkredietverzekeringsregelingen en om, na goedkeuring van dergelijke disciplines uitsluitend uitvoerkredieten, uitvoerkredietgaranties of uitvoerkredietverzekeringsregelingen toe te passen die daarmee in overeenstemming zijn.
3 Leden die stellen dat hoeveelheden die worden uitgevoerd boven de in een verbintenis tot verlaging van de gesubsidieerde uitvoer gespecificeerde hoeveelheden niet worden gesubsidieerd, moeten aantonen dat voor de betrokken hoeveelheid geen uitvoersubsidie, noch als genoemd in artikel 9, noch een andere, is toegekend.
4 Leden die internationale voedselhulp geven, zorgen ervoor a. dat internationale voedselhulp noch direct, noch indirect gekoppeld wordt aan uitvoer van landbouwprodukten naar de ontvangende landen; b. dat internationale voedselhulptransacties, waaronder geldelijke bilaterale voedselhulp, worden uitgevoerd met inachtneming van de „Principles of Surplus Disposal and Consultative Obligations” (Beginselen inzake afzet van overschotten en overlegverplichtingen) van de FAO, en, indien van toepassing, het stelsel van „Usual Marketing Requirements (UMRs)” (Normale commerciële invoer), en c. dat dergelijke hulp zoveel mogelijk wordt verleend in de vorm van schenkingen of op voorwaarden die minstens even gunstig zijn als die van artikel IV van het Voedselhulpverdrag van 1986.