Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 12Administratie
1 Hierbij wordt als forum voor regelmatig overleg een Commissie voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen opgericht. De Commissie vervult de functies die nodig zijn om de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst en de doelstellingen daarvan, met name op het vlak van de harmonisatie, te bevorderen. De Commissie beslist bij consensus.
2 De Commissie stimuleert en vergemakkelijkt ad hoc-overleg of ad hoc-onderhandelingen tussen de Leden over specifieke sanitaire of fytosanitaire kwesties. De Commissie stimuleert de toepassing van internationale normen, richtlijnen of aanbevelingen door de Leden en verstrekt in dit verband financiële bijdragen voor technisch overleg en onderzoek dat gericht is op sterkere coördinatie en integratie van internationale en nationale regelingen en methodes voor de goedkeuring van het gebruik van voedingsmiddelenadditieven of voor de vaststelling van toleranties voor contaminanten in voedingsmiddelen, drank of diervoeder.
3 De Commissie onderhoudt nauwe contacten met de relevante internationale organisaties op het gebied van sanitaire en fytosanitaire bescherming, met name met de Codex Alimentarius Commissie, het Internationaal Bureau voor Besmettelijke Dierziekten, en het Secretariaat van het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten , ten einde zich met het oog op het beheer van deze Overeenkomst te verzekeren van de beste wetenschappelijke en technische adviezen die beschikbaar zijn en ervoor te zorgen dat dubbel werk wordt voorkomen.
4 De Commissie stelt een procedure op voor het volgen van de internationale harmonisatie en de toepassing van internationale normen, richtlijnen of aanbevelingen. Daartoe behoort de Commissie in samenwerking met de relevante internationale organisaties een lijst op te stellen van internationale normen, richtlijnen of aanbevelingen inzake sanitaire of fytosanitaire maatregelen die volgens haar belangrijke consequenties hebben voor de handel. In deze lijst behoort te worden opgenomen een door de Leden verstrekte opgave van de internationale normen, richtlijnen of aanbevelingen die zij als voorwaarden voor invoer hanteren of op grond waarvan ingevoerde produkten die aan deze normen beantwoorden toegang hebben tot hun markten. Als een Lid een internationale norm, richtlijn of aanbeveling niet als voorwaarde voor invoer toepast, behoort het de reden daarvoor op te geven en met name of het van mening is dat de norm niet streng genoeg is met het oog op het adequate niveau van sanitaire of fytosanitaire bescherming. Als een Lid, na te hebben opgegeven dat het een norm, richtlijn of aanbeveling als voorwaarde voor invoer toepast, zijn standpunt herziet, behoort het zijn veranderde houding toe te lichten en het Secretariaat van de WTO en de relevante internationale organisaties daarvan in kennis te stellen, tenzij de kennisgeving en toelichting gebeuren volgens de procedures in Bijlage B.
5 Om dubbel werk te voorkomen, kan de Commissie, zonodig, besluiten de gegevens te gebruiken die beschikbaar komen via de procedures, met name de kennisgevingsprocedures, die worden toegepast bij de relevante internationale organisaties.
6 De Commissie kan, op initiatief van een van de Leden, via passende kanalen de relevante internationale organisaties of hun ondersteunende organen verzoeken specifieke punten met betrekking tot een bepaalde norm, richtlijn of aanbeveling te onderzoeken, daaronder begrepen de grondslag van de in het kader van lid 4 verstrekte toelichting waarom een specifieke norm, richtlijn of aanbeveling niet wordt gebruikt.
7 De werking en de uitvoering van deze Overeenkomst worden door de Commissie onderzocht drie jaar na de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst en vervolgens steeds als dat nodig is. De Commissie mag, zonodig, aan de Raad voor de handel in goederen voorstellen voor wijziging van deze Overeenkomst voorleggen; zij houdt daarbij onder andere rekening met de bij de uitvoering opgedane ervaring.