Rechtsbibliothek und Fallanalyse · Österreich · Belgien · Europäische Union
LAWxPERT Anmelden Kostenloses Konto

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie · Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 12Kennisgeving en Overleg

In KraftAmtlicher Text

1 Een Lid stelt de Commissie Vrijwaringsmaatregelen onverwijld in kennis van: a. het openen van een onderzoek met betrekking tot ernstige schade of de dreiging daarvan en de redenen daarvoor; b. het vaststellen van ernstige schade of de dreiging daarvan veroorzaakt door een toegenomen import; en c. het nemen van een besluit tot toepassing of verlenging van een vrijwaringsmaatregel.

2 Bij het doen van de in lid 1 sub b. en c. bedoelde kennisgeving moet het Lid dat van plan is een vrijwaringsmaatregel toe te passen of te verlengen de Commissie Vrijwaringsmaatregelen alle ter zake dienende informatie verstrekken, waaronder het bewijs dat de toegenomen invoer ernstige schade heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, een precieze omschrijving van het betrokken produkt en de voorgenomen maatregel, de voor de invoering van de maatregel voorziene datum, de verwachte geldigheidstermijn en het tijdschema voor de geleidelijke liberalisering. Indien het om de verlenging van een maatregel gaat, moet ook het bewijs worden geleverd dat de betrokken industrie aanpassingen doorvoert. De Raad voor de handel in goederen of de Commissie Vrijwaringsmaatregelen mogen van het Lid dat de maatregel overweegt toe te passen of te verlengen de aanvullende informatie vragen die zij nodig achten.

3 Een Lid dat overweegt een vrijwaringsmaatregel toe te passen of te verlengen dient voldoende gelegenheid te bieden tot voorafgaand overleg met de Leden die een aanmerkelijk belang hebben als exporteur van het betrokken produkt, met het oog op inter alia het onderzoek van de uit hoofde van lid 2 verstrekte informatie, de uitwisseling van meningen over de maatregel en het bereiken van overeenstemming over de wijze waarop de in artikel 8, lid 1, vermelde doelstelling kan worden verwezenlijkt.

4 Een Lid moet kennisgeving doen aan de Commissie Vrijwaringsmaatregelen voordat een voorlopige vrijwaringsmaatregel als bedoeld in artikel 6 wordt genomen. Het overleg wordt aangevat onmiddellijk nadat de maatregel is genomen.

5 De resultaten van het in dit artikel bedoelde overleg alsook die van de in artikel 7, lid 4, bedoelde onderzoeken halverwege, alle vormen van compensatie bedoeld in artikel 8, lid 1 en de voorgenomen opschortingen of concessies en andere verplichtingen als bedoeld in artikel 8, lid 2, dienen door de betrokken Leden onverwijld ter kennis te worden gebracht van de Raad voor de handel in goederen.

6 De Leden brengen hun wetten, regelingen en administratieve procedures met betrekking tot vrijwaringsmaatregelen alsook alle wijzigingen daaraan onverwijld ter kennis van de Commissie Vrijwaringsmaatregelen.

7 Leden die de in artikel 10 en artikel 11, lid 1, beschreven maatregelen handhaven die bestaan op de datum waarop de WTO-Overeenkomst in werking treedt, dienen uiterlijk 60 dagen na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst aan het Commissie Vrijwaringsmaatregelen kennis te geven van dergelijke maatregelen.

8 Elk Lid mag de Commissie Vrijwaringsmaatregelen kennis geven van alle wetten, regelingen, administratieve procedures en alle maatregelen of acties die onder deze Overeenkomst vallen en waarvan geen kennisgeving is gedaan door andere Leden die daar krachtens deze Overeenkomst toe zijn gehouden.

9 Elk Lid mag het Commissie Vrijwaringsmaatregelen kennis geven van alle niet-gouvernementele maatregelen als bedoeld in artikel 11.

10 Alle kennisgevingen aan de Raad voor de handel in goederen als bedoeld in deze Overeenkomst worden normaal via het Commissie Vrijwaringsmaatregelen gedaan.

11 De bepalingen van deze Overeenkomst met betrekking tot kennisgeving verplichten een Lid niet tot bekendmaking van vertrouwelijke gegevens waardoor de handhaving der wetten zou worden belemmerd, dan wel het openbare belang of de wettige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen zouden worden geschaad.