Rechtsbibliothek und Fallanalyse · Österreich · Belgien · Europäische Union
LAWxPERT Anmelden Kostenloses Konto

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie · Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 4Rechtsmiddelen

DEEL II : VERBODEN SUBSIDIES

In KraftAmtlicher Text

4.1 Indien een Lid redenen heeft om aan te nemen dat een verboden subsidie door een ander Lid wordt verleend of in stand gehouden, kan dit Lid om overleg met dit andere Lid verzoeken.

4.2 Een verzoek om overleg op grond van lid 1 bevat een opgave van het materiaal waaruit het bestaan en de aard van de betrokken subsidie zou blijken.

4.3 Het Lid waarvan wordt vermoed dat het de betrokken subsidie verleent of in stand houdt, gaat zo spoedig mogelijk op het in lid 1 bedoelde verzoek om overleg in. Dit overleg heeft ten doel de feitelijke situatie op te helderen en overeenstemming over een oplossing te bereiken.

4.4 Indien partijen binnen 30 dagen 1) Alle in dit artikel genoemde termijnen kunnen in onderling overleg worden verlengd. na het verzoek om overleg geen overeenstemming over een oplossing hebben bereikt, kan een Lid dat bij dit overleg partij is de zaak het Orgaan Geschillenbeslechting (hierna „DSB” (Dispute Settlement Body) genoemd) voorleggen ten einde onverwijld een panel te laten instellen, tenzij het DSB bij consensus besluit geen panel in te stellen.

4.5 Na te zijn ingesteld kan het panel verzoeken, bij het onderzoek of de betrokken maatregel een verboden subsidie is, te worden bijgestaan door de Permanente Groep Deskundigen 2) Bij artikel 24 ingesteld. (hierna „PGE” (Permanent Group of Experts) genoemd). De PGE onderzoekt desgevraagd de stukken waaruit het bestaan en de aard van de betrokken maatregel zou blijken en stelt het Lid dat deze maatregel toepast of handhaaft in de gelegenheid aan te tonen dat deze maatregel geen verboden subsidie is. De PGE deelt het panel binnen de door het panel vastgestelde termijn zijn conclusies mede. De conclusies van de PGE over het feit of de betrokken maatregel een verboden subsidie is worden door het panel zonder wijzigingen aanvaard.

4.6 Het panel legt zijn definitieve verslag voor aan de partijen bij het geschil. Het verslag wordt binnen 90 dagen na de instelling van het panel en de omschrijving van diens opdracht aan alle Leden toegezonden.

4.7 Is de conclusie dat de betrokken maatregel een verboden subsidie is, dan doet het panel de aanbeveling dat het subsidieverlenende Lid de subsidie onmiddellijk intrekt. Het panel geeft in zijn verslag de termijn aan waarbinnen de maatregel moet worden ingetrokken.

4.8 Het verslag van het panel wordt, binnen 30 dagen nadat het aan alle Leden is toegezonden, door het DSB aanvaard, tenzij een partij bij het geschil het DSB officieel van haar besluit in kennis stelt in beroep te gaan of het DSB bij consensus besluit het verslag niet goed te keuren.

4.9 Wordt tegen een verslag van het panel beroep aangetekend, dan deelt het Orgaan van Beroep zijn besluit mede binnen 30 dagen nadat de partij bij het geschil haar voornemen in beroep te gaan officieel heeft medegedeeld. Is het Orgaan van Beroep van oordeel dat het binnen 30 dagen geen verslag kan uitbrengen, dan deelt het het DSB schriftelijk de redenen daarvan mede onder opgave van de termijn waarbinnen het zijn verslag vermoedelijk zal uitbrengen. De procedure kan in geen geval langer dan 60 dagen duren. Het verslag van het Orgaan van Beroep wordt door het DSB goedgekeurd en door de partijen bij het geschil onvoorwaardelijk aanvaard, tenzij het DSB, binnen 20 dagen nadat het verslag aan de Leden is toegezonden 1) Indien er in deze periode geen vergadering van het DSB is voorzien, komt het DSB speciaal voor dit doel bijeen. , bij consensus besluit het verslag van het Orgaan van Beroep niet goed te keuren.

4.10 Wordt de aanbeveling van de DSB niet opgevolgd binnen de door het panel aangegeven termijn die begint op de dag van goedkeuring van het verslag van het panel of van het Orgaan van Beroep, dan geeft het DSB het Lid dat de klacht heeft ingediend toestemming passende 2) Dit betekent niet dat, omdat het om verboden subsidies gaat, tegenmaatregelen zijn toegestaan die niet in verhouding tot de maatregelen staan. tegenmaatregelen te nemen, tenzij het DSB bij consensus besluit het verzoek af te wijzen.

4.11 Indien een partij bij een geschil om arbitrage verzoekt op grond van artikel 22, lid 6, van het Memorandum van Overeenstemming inzake de Beslechting van Geschillen („DSU” – Dispute Settlement Understanding), dan bepaalt de arbiter of de tegenmaatregelen passend zijn.

4.12 De termijnen voor de regeling van geschillen op grond van dit artikel bedragen de helft van de termijnen die bij de DSU voor de regeling van dergelijke geschillen zijn voorgeschreven, tenzij in dit artikel anders is bepaald.