Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 4Consultaties
1 De Leden bevestigen hun vastbeslotenheid om de doeltreffendheid van de door de Leden gehanteerde overlegprocedures te versterken en te verbeteren.
2 Elk Lid verplicht zich ertoe overleg betreffende de door een ander Lid naar voren gebrachte bezwaren tegen maatregelen die op het grondgebied van eerstbedoeld Lid zijn genomen en die de werking van de vermelde overeenkomsten beïnvloeden, welwillend in overweging te nemen en daartoe passende gelegenheid te bieden. 1) Wanneer de bepalingen van een andere vermelde overeenkomst betreffende maatregelen die door regionale of plaatselijke overheden of autoriteiten op het grondgebied van een Lid worden genomen, afwijken van de bepalingen van dit lid, hebben de bepalingen van die andere vermelde overeenkomst voorrang.
3 Indien een verzoek om consultaties ingevolge een vermelde overeenkomst wordt gedaan, dient het Lid waaraan het verzoek is gericht, tenzij onderling anders is overeengekomen, binnen tien dagen na ontvangst op het verzoek te reageren en te goeder trouw overleg aan te gaan binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, teneinde tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen. Indien het Lid niet binnen tien dagen na ontvangst van het verzoek reageert, of niet binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen, dan wel een andere onderling overeengekomen termijn, te rekenen vanaf de datum van het verzoek, overleg aangaat, kan het Lid dat om het voeren van overleg heeft verzocht, direct verzoeken om de vorming van een panel.
4 Al deze verzoeken om consultaties worden ter kennis van het DSB en de desbetreffende raden en commissies gebracht door het Lid dat om consultaties verzoekt. Een verzoek om consultaties wordt schriftelijk ingediend met opgave van de redenen voor het verzoek, met inbegrip van een omschrijving van de maatregelen in kwestie en een vermelding van de rechtsgronden voor de klacht.
5 In de loop van de consultaties in overeenstemming met de bepalingen van een vermelde overeenkomst dienen de Leden, alvorens hun toevlucht te nemen tot verdere stappen ingevolge dit Memorandum van Overeenstemming, te trachten een bevredigende regeling te treffen voor de kwestie.
6 De consultaties zijn geheim en laten de rechten van elk van beide Leden bij verdere stappen onverlet.
7 Indien de consultaties niet binnen zestig dagen na het verzoek om consultaties tot beslechting van het geschil hebben geleid, kan de klager verzoeken om de vorming van een panel. De klager kan binnen de termijn van zestig dagen verzoeken om de vorming van een panel indien consulterende partijen gezamenlijk van oordeel zijn dat consultaties niet tot beslechting van het geschil hebben geleid.
8 In spoedeisende gevallen, met inbegrip van gevallen waarin het aan bederf onderhevige goederen betreft, gaan de Leden binnen een termijn van ten hoogste tien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek consultaties aan. Indien de consultaties niet binnen een termijn van twintig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot beslechting van het geschil hebben geleid, kan de klager verzoeken om de vorming van een panel.
9 In spoedeisende gevallen, met inbegrip van gevallen waarin het aan bederf onderhevige goederen betreft, stellen de partijen bij het geschil, panels en de Beroepsinstantie alles in het werk om de procedure zo veel mogelijk te bespoedigen.
10 Tijdens de consultaties dienen de Leden bijzondere aandacht te schenken aan de specifieke problemen en belangen van Leden die ontwikkelingsland zijn.
11 Wanneer een ander Lid dan de consulterende Leden van oordeel is dat het een wezenlijk handelsbelang heeft bij de consultaties dat wordt gehouden ingevolge artikel XXII, eerste lid, van de GATT-Overeenkomst van 1994, artikel XXII, eerste lid, van de GATS-Overeenkomst of de overeenkomstige bepalingen van andere vermelde overeenkomsten, 1) De desbetreffende bepalingen inzake overleg in de vermelde overeenkomsten zijn de volgende: Overeenkomst inzake de landbouw, artikel 19; Overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, artikel 11, eerste lid; Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten, artikel 8, vierde lid; Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, artikel 14, eerste lid; Overeenkomst inzake met de handel verband houdende investeringsmaatregelen, artikel 8; Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994, artikel 17, tweede lid; Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT-Overeenkomst van 1994, artikel 19, tweede lid; Overeenkomst inzake inspectie vóór verzending, artikel 7; Overeenkomst inzake de oorsprongsregels, artikel 7; Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen, artikel 6; Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, artikel 30; Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, artikel 14; Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, artikel 64, eerste lid, en overeenkomstige bepalingen inzake overleg in Plurilaterale Handelsovereenkomsten die zijn vastgesteld door de bevoegde organen van elke overeenkomst en ter kennis van het DSB zijn gebracht. kan dat Lid de consulterende Leden en het DSB binnen tien dagen na het uitgaan van het verzoek om consultaties ingevolge bedoeld artikel, in kennis stellen van zijn wens zich in de consultaties te mengen. Dat Lid wordt bij de consultaties betrokken, mits het Lid waaraan het verzoek om consultaties werd gericht, ermee instemt dat het beroep op wezenlijke belangen gegrond is. In dat geval stellen zij het DSB daarvan in kennis. Indien het verzoek zich in de consultaties te mogen mengen niet wordt aanvaard, staat het het verzoekende Lid vrij te vragen om consultaties ingevolge artikel XXII, eerste lid, of XXIII, eerste lid, van de GATT-Overeenkomst van 1994, artikel XXII, eerste lid, of XXIII, eerste lid, van de GATS-Overeenkomst of de overeenkomstige bepalingen van andere vermelde overeenkomsten.