Rechtsbibliothek und Fallanalyse · Österreich · Belgien · Europäische Union
LAWxPERT Anmelden Kostenloses Konto

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie · Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 7Procedures voor het beoordelen van de conformiteit door lokale overheidsorganen

OVEREENSTEMMING MET TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN EN NORMEN

In KraftAmtlicher Text

Ten aanzien van de op hun grondgebied gevestigde lokale overheidsorganen:

7.1 Nemen de Leden alle hun ter beschikking staande redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de genoemde organen de bepalingen van de artikelen 5 en 6 naleven, met uitzondering van de verplichting tot kennisgeving bedoeld in artikel 5, leden 6.2. en 7.1.

7.2 Dragen de Leden zorg dat de conformiteitsbeoordelingsprocedures die worden toegepast door rechtstreeks onder de centrale overheid ressorterende lokale overheidsorganen in de Leden overeenkomstig artikel 5, leden 6.2. en 7.1 worden medegedeeld, met dien verstande dat deze kennisgevingen niet vereist zijn voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarvan de technische inhoud in wezen gelijk is aan die van eerder medegedeelde conformiteitsbeoordelingsprocedures van de centrale overheidsorganen van de betrokken Leden.

7.3 De Leden kunnen eisen dat de contacten met andere Leden, inclusief de kennisgevingen, het verstrekken van informatie, het naar voren brengen van commentaar en de gedachtenwisselingen bedoeld in artikel 5, leden 6 en 7, via de centrale overheid plaatsvinden.

7.4 De Leden nemen geen maatregelen die lokale overheidsorganen op hun grondgebied ertoe verplichten of bewegen te handelen op een wijze die onverenigbaar is met de bepalingen van de artikelen 5 en 6.

7.5 De Leden dragen bij de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst de volledige verantwoordelijkheid voor de naleving van alle bepalingen van de artikelen 5 en 6. De Leden zullen positieve maatregelen en mechanismen tot stand brengen en ten uitvoer leggen ten einde de naleving van het bepaalde in de artikelen 5 en 6 door andere dan centrale overheidsorganen te bevorderen.