Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 7Voorlopige maatregelen
DEEL I
7.1 Voorlopige maatregelen mogen uitsluitend worden toegepast indien: i. een onderzoek is geopend overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, hierover een bericht is gepubliceerd en belanghebbenden voldoende gelegenheid hebben gehad inlichtingen te verstrekken en opmerkingen te maken; ii. een voorlopige vaststelling is gedaan inzake dumping en schade voor een binnenlandse bedrijfstak; en iii. de betrokken autoriteiten deze maatregelen noodzakelijk achten om te verhinderen dat tijdens de duur van het onderzoek schade wordt geleden.
7.2 Voorlopige maatregelen kunnen de vorm aannemen van voorlopige rechten of, bij voorkeur, zekerheidstelling – door het storten van een geldsom of borgstelling – voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het voorlopige geraamde anti-dumpingrecht dat niet hoger is dan de voorlopig geraamde dumpingmarge. De opschorting van de procedure tot vaststelling van de douanewaarde is een passende voorlopige maatregel, mits het normale recht en het geraamde bedrag van het anti-dumpingrecht worden opgegeven en zolang voor het niet-vaststellen van de douanewaarde dezelfde voorwaarden gelden als voor andere voorlopige maatregelen.
7.3 Voorlopige maatregelen worden niet eerder genomen dan 60 dagen na de opening van het onderzoek.
7.4 De toepassing van voorlopige maatregelen wordt beperkt tot een zo kort mogelijke periode die ten hoogste vier maanden bedraagt of, op verzoek van exporteurs die een belangrijk percentage van de betrokken handel vertegenwoordigen, ten hoogste zes maanden. Indien de autoriteiten, tijdens een onderzoek, nagaan of een lager recht dan de dumpingmarge voldoende zou zijn om een einde te maken aan de schade, kunnen deze termijnen respectievelijk op zes en negen maanden worden gebracht.
7.5 Wanneer voorlopige maatregelen worden genomen zijn de desbetreffende bepalingen van artikel 9 van toepassing.