Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 8Concessies en andere verplichtingen
1 Een Lid dat voornemens is een vrijwaringsmaatregel toe te passen of een vrijwaringsmaatregel wil verlengen streeft ernaar een niveau van concessies en andere verplichtingen in stand te houden dat in wezen gelijk is aan het niveau dat krachtens de GATT 1994 bestaat tussen hem en de exporterende Leden die door een dergelijke maatregel zouden worden getroffen, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 12, lid 3. Om dit doel te bereiken kunnen de betrokken Leden overeenstemming bereiken over alle afdoende middelen om de nadelige gevolgen van de maatregel op hun handelsverkeer te compenseren.
2 Indien tijdens het in artikel 12, lid 3, bedoelde overleg geen overeenstemming wordt bereikt binnen de 30 dagen, staat het de getroffen exporterende Leden vrij binnen de 90 dagen na toepassing van de maatregel en bij het verstrijken van een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de dag waarop de Raad voor de handel in goederen de schriftelijke kennisgeving van die opschorting heeft ontvangen, de toepassing op te schorten van in wezen gelijkwaardige concessies of andere verplichtingen uit hoofde van de GATT 1994 op het handelsverkeer van het Lid dat de vrijwaringsmaatregel toepast en waarvan de opschorting niet wordt afgekeurd door de Raad voor de handel in goederen.
3 Het in lid 2 bedoelde recht tot opschorting mag niet worden uitgeoefend tijdens de eerste drie jaar dat een vrijwaringsmaatregel wordt toegepast, op voorwaarde dat de vrijwaringsmaatregel is genomen als gevolg van een absolute toename van de invoer en in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst.