Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 8
1 Hierbij wordt het Orgaan Supervisie Textielprodukten („OST”) ingesteld dat tot taak heeft toe te zien op de uitvoering van deze Overeenkomst, de maatregelen op grond van deze Overeenkomst en de overeenstemming van deze maatregelen met de Overeenkomst te onderzoeken, en alle taken te vervullen waarmee het op grond van deze Overeenkomst speciaal is belast. Het OST bestaat uit een voorzitter en tien leden. De samenstelling van het OST is evenwichtig, grotendeels representatief voor de Leden en zitting in het OST wordt om toerbeurten waargenomen. De leden van het OST worden benoemd door de Leden die door de Raad voor de Handel in Goederen zijn aangewezen om zitting te hebben in het OST waarin zij hun functies op persoonlijke titel uitoefenen.
2 Het OST ontwikkelt zijn eigen werkmethoden, met dien verstande dat consensus in het OST niet afhangt van de toestemming of goedkeuring van leden die benoemd zijn door Leden die bij een niet-geregeld geschil zijn betrokken dat door het OST wordt onderzocht.
3 Het OST wordt als een permanent orgaan beschouwd en komt zo vaak bijeen als nodig is om de taken te vervullen waarmee het op grond van deze Overeenkomst is belast. Het baseert zich hierbij op informatie die Leden op grond van de relevante artikelen van deze Overeenkomst verstrekken en alle nadere inlichtingen en noodzakelijke verduidelijkingen die deze Leden kunnen mededelen of die het OST kan opvragen. Het OST kan zich ook baseren op mededelingen en verslagen van andere WTO-organen en andere bronnen indien het dit nuttig acht.
4 De Leden geven elkaar voldoende gelegenheid voor overleg over alle kwesties die met de uitvoering van deze Overeenkomst verband houden.
5 Wordt bij bilateraal overleg op grond van deze Overeenkomst geen oplossing gevonden waarmee beide partijen kunnen instemmen, dan doet het OST, op verzoek van een van de Leden, en na een prompt en diepgaand onderzoek van de kwestie, aanbevelingen aan de betrokken Leden.
6 Op verzoek van een Lid onderzoekt het OST zo spoedig mogelijk een kwestie die dit Lid met zijn belangen op grond van deze Overeenkomst strijdig acht en waarover bij overleg met het betrokken Lid of de betrokken Leden geen wederzijds bevredigende oplossing kon worden gevonden. Het OST maakt de betrokken Leden in dergelijke zaken alle opmerkingen die het dienstig acht, alsmede met het oog op het in lid 11 bedoelde onderzoek.
7 Alvorens aanbevelingen te doen of opmerkingen te maken, nodigt het OST de Leden uit die rechtstreeks bij de zaak betrokken kunnen zijn.
8 Wanneer het OST aanbevelingen of vaststellingen moet doen, doet het dit bij voorkeur binnen een termijn van 30 dagen, tenzij in deze Overeenkomst een andere termijn is bepaald. Deze aanbevelingen en vaststellingen worden aan de rechtstreeks betrokken Leden medegedeeld. Tevens worden deze, ter informatie, aan de Raad voor de Handel in Goederen medegedeeld.
9 De Leden streven ernaar de aanbevelingen van het OST volledig te aanvaarden. Het OST ziet toe op de uitvoering van deze aanbevelingen.
10 Indien een Lid van oordeel is dat het de aanbevelingen van het OST niet kan opvolgen, dan deelt dit Lid de redenen hiervan binnen een maand na de ontvangst van deze aanbevelingen mede. Na een grondig onderzoek van de opgegeven redenen, doet het OST de verdere aanbevelingen die het dan dienstig acht. Indien het probleem na mededeling van deze verdere aanbevelingen onopgelost blijft, kan een van beide Leden de zaak voor het Orgaan voor Geschillenbeslechting brengen en zich daarbij beroepen op lid 2 van artikel XXIII van de GATT 1994 en de desbetreffende bepalingen van het Memorandum van Overeenstemming inzake de Beslechting van geschillen.
11 De Raad voor de Handel in Goederen oefent toezicht uit op de uitvoering van deze Overeenkomst en voert in verband hiermee vóór het einde van elke integratiefase een diepgaand onderzoek uit. Het OST doet de Raad voor de Handel in Goederen met het oog op dit onderzoek, ten minste vijf maanden voor het einde van iedere fase, een algemeen verslag toekomen over de uitvoering van deze Overeenkomst gedurende de te onderzoeken fase, met name wat het verloop van het integratieproces betreft, de toepassing van overgangsvrijwaringsmaatregelen en de toepassing van de regels en disciplines van de GATT 1994 als respectievelijk in de artikelen 2, 3, 6 en 7 omschreven. Het OST kan in het algemeen verslag de aanbevelingen aan de Raad voor de Handel in Goederen opnemen die het dienstig acht.
12 In het licht van dit onderzoek neemt de Raad voor de Handel in Goederen bij consensus de door hem dienstig geachte besluiten tot handhaving van het evenwicht tussen rechten en plichten zoals in deze Overeenkomst voorzien. Voor de regeling van geschillen over de in artikel 7 bedoelde kwesties, kan het Orgaan Geschillenbeslechting een aanpassing toestaan van artikel 2, lid 14, voor de fase die op het onderzoek volgt, onverminderd de in artikel 9 genoemde einddatum, ten aanzien van alle Leden waarvan wordt vastgesteld dat zij hun verplichtingen op grond van deze Overeenkomst niet nakomen.