Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijn Art. 7Institutioneel kader
1 Teneinde uitvoering te geven aan deze Bijlage zullen de Partijen die getroffen landen in de regio zijn: a. nationale steunpunten oprichten en/of versterken ter coördinering van het optreden gericht op het bestrijden van woestijnvorming en/of het inperken van de gevolgen van droogte; en b. een mechanisme opzetten ter coördinering van de nationale steunpunten voor de volgende doeleinden: i. het uitwisselen van informatie en ervaring; ii. het coördineren van activiteiten op subregionaal en regionaal niveau; iii. het bevorderen van technische, wetenschappelijke, technologische en financiële samenwerking; iv. de follow-up en evaluatie van de uitvoering van actieprogramma's.
2 De Partijen die getroffen landen in de regio zijn, houden periodieke coördinatiebijeenkomsten en het permanente secretariaat kan, op hun verzoek, overeenkomstig artikel 23 van het Verdrag, het beleggen van deze coördinatiebijeenkomsten vergemakkelijken door: a. advies te geven over het opzetten van effectieve coördinatieregelingen, gebruik makend van de ervaring opgedaan met andere regelingen ter zake; b. informatie te verstrekken aan de desbetreffende bilaterale en multilaterale organen met betrekking tot coördinatiebijeenkomsten, en te stimuleren dat deze daarbij actief worden betrokken; en c. andere informatie te verstrekken die van belang kan zijn bij het tot stand brengen of verbeteren van de coördinatie.