Besluit van de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de L Art. 5
1 De in artikel 1 bedoelde bescherming behelst: a. bijstand bij sterfgevallen; b. bijstand bij ernstige ongevallen of ernstige ziekten; c. bijstand bij arrestatie of detentie; d. bijstand aan slachtoffers van geweldmisdrijven; e. hulp aan en repatriëring van in moeilijkheden verkerende burgers van de Unie.
2 Daarnaast kunnen de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Lid-Staten in een derde Staat, voor zover zij daartoe bevoegd zijn, eveneens voor andere gevallen hulp verlenen aan burgers van de Unie die daarom verzoeken.