Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van Art. 15Beoordeling van veiligheid van faciliteiten
HOOFDSTUK 3 VEILIGHEID VAN HET BEHEER VAN RADIOACTIEF AFVAL
Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat:
i. vóór de bouw van een faciliteit voor het beheer van radioactief afval een systematische veiligheidsbeoordeling en een beoordeling van de milieueffecten plaatsvindt, afgestemd op het gevaar dat de faciliteit oplevert en die de operationele levensduur daarvan bestrijkt; ii. bovendien, vóór de bouw van een eindbergingsfaciliteit, een systematische veiligheidsbeoordeling en een beoordeling van de milieueffecten voor de periode na de sluiting geschiedt en de resultaten worden geëvalueerd aan de hand van de criteria die door het regulerend lichaam zijn opgesteld; iii. vóór de inbedrijfstelling van een faciliteit voor het beheer van radioactief afval bijgewerkte en gedetailleerde versies van de veiligheidsbeoordeling en het milieu-effectrapport worden opgesteld, wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, ter aanvulling op de in het eerste lid bedoelde beoordelingen.