Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van Art. 19Wet- en regelgevend kader
HOOFDSTUK 4 ALGEMENE VEILIGHEIDSBEPALINGEN
1 Elke Verdragsluitende Partij schept en handhaaft een wet- en regelgevend kader betreffende de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval.
2 Dit wet- en regelgevend kader voorziet in: i. de totstandkoming van toepasselijke nationale veiligheidseisen en -voorschriften met betrekking tot de stralingsveiligheid; ii. een vergunningenstelsel voor activiteiten inzake het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval; iii. een verbodstelsel op de bedrijfsvoering van een installatie voor het beheer van bestraalde splijtstof of radioactief afval zonder vergunning; iv. een stelsel van passende institutionele controle, inspectie door het regulerend lichaam, documentatie en verslaglegging; v. de handhaving van de toepasselijke voorschriften en van het gestelde in de vergunningen; vi. een duidelijke toewijzing van de verantwoordelijkheden naar de betrokken organen in de verschillende fasen van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval.
3 Wanneer nagegaan wordt of radioactieve stoffen aan de toepasselijke regelgeving voor radioactief afval moeten worden onderworpen houden de Verdragsluitende Partijen naar behoren rekening met de doelstellingen van dit Verdrag.