Verdrag betreffende de Europese Unie · Verdrag betreffende de Europese Unie
Verdrag betreffende de Europese Unie Art. 26
1 De Bank heeft in ieder der lidstaten de ruimste handelingsbevoegdheid welke door de nationale wetgevingen aan rechtspersonen wordt toegekend; zij kan roerende en onroerende goederen verkrijgen en vervreemden en in rechte optreden.
2 De bezittingen van de Bank kunnen op geen enkele wijze gevorderd of onteigend worden.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2009-12-01