Verdrag betreffende de Europese Unie · Verdrag betreffende de Europese Unie
Verdrag betreffende de Europese Unie Art. 48Vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging
TITEL VI RECHTSPLEGING
1 Eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
2 Aan eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt de eerbiediging van de rechten van de verdediging gegarandeerd.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2009-12-01