Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inza Art. 39Contractuele vervoerder – Feitelijke vervoerder
HOOFDSTUK V LUCHTVERVOER VERRICHT DOOR EEN ANDERE PERSOON DAN DE CONTRACTUELE VERVOERDER
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing wanneer een persoon (hierna genoemd „contractueel vervoerder") een door dit Verdrag beheerste vervoerovereenkomst sluit met een passagier of een afzender of met een persoon die handelt namens de passagier of de afzender, en een andere persoon (hierna genoemd „feitelijk vervoerder"), op grond van een machtiging van de contractuele vervoerder, het geheel of een deel van het vervoer verricht maar niet een opvolgende vervoerder is in de zin van dit Verdrag. Zonder bewijs van het tegendeel wordt het bestaan van een dergelijke machtiging aangenomen.