Internationaal Verdrag tegen doping in de sport · Internationaal Verdrag tegen doping in de sport
Internationaal Verdrag tegen doping in de sport Art. 19Algemene beginselen inzake voorlichting en training
DEEL IV VOORLICHTING EN TRAINING
1 De Staten die Partij zijn, verplichten zich, binnen hun mogelijkheden, voorlichtings- en trainingprogramma’s op het gebied van dopingbestrijding te ondersteunen, ontwikkelen of implementeren. Voor de sportgemeenschap in het algemeen dienen deze programma’s gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: a. het gevaar van doping voor de ethische waarden van de sport; b. de gevolgen van doping voor de gezondheid.
2 Voor sporters en begeleiders van sporters, met name tijdens hun basistraining, dienen voorlichtings- en trainingsprogramma’s, in aanvulling op het bovenstaande, gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: a. dopingcontroleprocedures; b. de rechten en verantwoordelijkheden van sporters ten aanzien van dopingbestrijding, met inbegrip van informatie over de Code en het antidopingbeleid van de relevante sport- en antidopingorganisaties. Dergelijke informatie dient de gevolgen van het schenden van de dopingregelgeving te omvatten; c. de lijst van verboden stoffen en methoden en dispensatie voor therapeutisch gebruik; d. voedingssupplementen.