Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzak Art. 3
1 Het scheidsgerecht is samengesteld uit drie arbiters, die als volgt worden benoemd: a. De partij bij het geschil die de procedure begint, benoemt een arbiter, die haar onderdaan mag zijn, uit de in artikel 2 bedoelde lijst. Deze benoeming wordt opgenomen in de kennisgeving bedoeld in artikel 4. b. Binnen veertig dagen na ontvangst van deze kennisgeving benoemt de andere partij bij het geschil de tweede arbiter, die haar onderdaan mag zijn, door een keuze uit de in artikel 2 bedoelde lijst. c. Binnen zestig dagen na de benoeming van de tweede arbiter, benoemen de partijen bij het geschil in onderlinge overeenstemming de derde arbiter door een keuze uit de lijst bedoeld in artikel 2. De derde arbiter mag geen onderdaan zijn van en niet voor de in artikel 2 bedoelde lijst zijn aangewezen door een partij bij het geschil, en mag niet dezelfde nationaliteit hebben als een van de eerste twee arbiters. De derde arbiter is voorzitter van het scheidsgerecht. d. Indien de tweede arbiter niet binnen het voorgeschreven tijdvak is benoemd, of indien de partijen bij het geschil niet binnen het voorgeschreven tijdvak overeenstemming hebben bereikt over de benoeming van de derde arbiter, wordt, op verzoek van een der partijen bij het geschil, de benoeming van de arbiter of de arbiters verricht door de President van het Internationale Gerechtshof, door een keuze uit de in artikel 2 bedoelde lijst, met inachtneming van de voorwaarden gesteld in de letters b en c hierboven, binnen dertig dagen nadat de President dit verzoek heeft ontvangen. Bij het uitvoeren van de in deze letter aan hem of haar toebedeelde taken, treedt de President van het Hof in overleg met de partijen bij het geschil. e. Indien de President van het Internationale Gerechtshof niet in staat is de taken die hem of haar in letter d hierboven zijn toebedeeld, uit te voeren of indien deze een onderdaan is van een partij bij het geschil, worden de taken uitgevoerd door de Vice-President van het Hof, behalve indien de Vice-President niet in staat is deze taken uit te voeren dan wel een onderdaan is van een partij bij het geschil, in welk geval de taken worden uitgevoerd door het lid van het Hof dat het hoogste is in anciënniteit en dat beschikbaar is en geen onderdaan is van een partij bij het geschil.
2 Elke vacature wordt vervuld op de voor de oorspronkelijke benoeming voorgeschreven wijze.
3 Bij elk geschil waarbij meer dan twee partijen zijn betrokken, benoemen de partijen die hetzelfde belang hebben in onderlinge overeenstemming een arbiter, binnen het in het eerste lid, letter b, hierboven aangegeven tijdvak.