Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzak Art. 6
1 Indien het scheidsgerecht van mening is dat het prima facie krachtens dit Protocol jurisdictie heeft, kan het: a. op verzoek van een der partijen bij het geschil, de voorlopige voorzieningen aangeven die het nodig acht om de onderscheiden rechten van de partijen bij het geschil te beschermen; b. alle voorlopige voorzieningen voorschrijven die het gezien de omstandigheden gepast acht om ernstige schade aan het Antarctisch milieu of de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te voorkomen.
2 De partijen bij het geschil houden zich onverwijld aan alle krachtens het eerste lid, letter b, hierboven voorgeschreven voorlopige maatregelen, in afwachting van een uitspraak krachtens artikel 10.
3 Niettegenstaande het in artikel 20, van het Protocol genoemde tijdvak, kan een partij bij het geschil te allen tijde door middel van kennisgeving aan de andere partij of partijen bij het geschil en aan de Secretaris, overeenkomstig artikel 4, verzoeken buitengewone spoed te betrachten bij het instellen van het scheidsgerecht om voorlopige noodvoorzieningen overeenkomstig dit artikel aan te geven of voor te schrijven. In een dergelijk geval wordt het scheidsgerecht zo spoedig mogelijk samengesteld overeenkomstig artikel 3, behalve dat de tijdvakken in artikel 3, eerste lid, letters b, c, en d, voor elk van deze gevallen worden teruggebracht tot 14 dagen. Het scheidsgerecht beslist over het verzoek om voorlopige noodvoorzieningen binnen twee maanden na benoeming van zijn voorzitter.
4 Na een beslissing van het scheidsgerecht inzake een verzoek om voorlopige noodvoorzieningen overeenkomstig het derde lid hierboven, vindt de beslechting van het geschil plaats overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20 van het Protocol.