Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheiding Art. 21
Een Verdragsluitende Staat waarvan de wet geen scheiding van tafel en bed kent kan, uiterlijk op het tijdstip van bekrachtiging of toetreding, zich het recht voorbehouden een scheiding van tafel en bed niet te erkennen indien op het tijdstip waarop deze is verkregen, een van beide echtgenoten onderdaan was van een Verdragsluitende Staat waarvan de wet geen scheiding van tafel en bed kent.