Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buite Art. 2
HOOFDSTUK I GERECHTELIJKE STUKKEN
Iedere Verdragsluitende Staat wijst een centrale autoriteit aan, die tot taak heeft de uit een andere Verdragsluitende Staat afkomstige aanvragen om betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 3-6 in ontvangst te nemen en af te doen.
De aangezochte Staat wijst de centrale autoriteit aan en regelt tevens haar werkwijze.