Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen ger Art. 12
1 De Staten-Partijen verlenen elkaar de ruimst mogelijke rechtshulp in verband met strafrechtelijke procedures die zijn ingesteld wegens de in de artikelen 3, 3 bis, 3 ter en 3 quater omschreven strafbare feiten, met inbegrip van rechtshulp ter verkrijging van bewijs in hun bezit dat nodig is voor de procedure.
2 De Staten-Partijen komen hun verplichtingen uit hoofde van het eerste lid na in overeenstemming met de verdragen inzake wederzijdse rechtshulp die tussen hen bestaan. Indien dergelijke verdragen ontbreken, verlenen de Staten-Partijen elkander rechtshulp overeenkomstig hun nationale recht.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2011-05-30