Verdrag inzake de erkenning van getuigschriften betreffende Art. II.3
HOOFDSTUK II BEVOEGDHEDEN VAN DE AUTORITEITEN
Niets in dit Verdrag kan afbreuk doen aan bepalingen van een gunstigere strekking inzake de erkenning van kwalificaties, afgegeven op het grondgebied van één der Partijen, in of voortvloeiende uit een bestaand of toekomstig verdrag waarbij een Partij bij dit Verdrag mogelijkerwijs partij is of wordt.