Aanvullend Protocol bij de Europese Overeenkomst nopens het Art. 3
HOOFDSTUK II
In het kader van de verplichting voortvloeiend uit artikel 1, eerste lid, van de Overeenkomst , komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat het verzoek om inlichtingen:
a. kan uitgaan van een rechterlijke autoriteit en bovendien van iedere autoriteit of persoon die binnen een officieel stelsel van rechtshulp of rechtsbijstand optreedt in het belang van economisch zwakken; en b. kan worden gedaan niet alleen naar aanleiding van een reeds aanhangige zaak maar eveneens wanneer wordt overwogen een rechtsvordering in te stellen.