Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrep Art. 10
HOOFDSTUK 3 (bij artikel 14 van het Verdrag)
1 Het Koninkrijk der Nederlanden kent ex gratia, met ingang van 1 mei 1956, onderstand bij wijze van pensioen toe aan de per 10 mei 1940 zonder het predikaat eervol ontslagen Nederlands-Indische ambtenaren van Duitse nationaliteit die op het ogenblik van hun ontslag in vaste dienst waren.
2 Het bedrag van de onderstand wordt berekend op de voet van het Indisch Burgerlijk Pensioenreglement, zoals dat luidde op het ogenblik van hun ontslag.
3 Het Koninkrijk der Nederlanden zal deze onderstanden uitbetalen in guldens vermeerderd met de door het Koninkrijk tot nu toe verleende en in de toekomst nog te verlenen toeslagen.