Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrep Art. 12
HOOFDSTUK 3 (bij artikel 14 van het Verdrag)
1 Het Koninkrijk der Nederlanden kent ex gratia, met ingang van 1 mei 1956, onderstand bij wijze van pensioen toe aan de per 10 mei 1940 zonder het predikaat eervol ontslagen Nederlands-Indische ambtenaren van Duitse nationaliteit die op het ogenblik van hun ontslag in tijdelijke dienst waren, voorzover de betrokkenen kunnen aantonen dat hun dienstverband minstens tien achtereenvolgende jaren heeft geduurd.
2 Aangezien de betrokkenen op het ogenblik van hun ontslag niet in vaste dienst waren en zij derhalve niet in hun pensioen hebben bijgedragen, zal deze onderstand worden gesteld op 4/5 van de onderstand die hun krachtens lid 2 van artikel 10 zou toekomen.
3 Het Koninkrijk der Nederlanden zal deze onderstanden uitbetalen in guldens vermeerderd met de door het Koninkrijk tot nu toe verleende en in de toekomst nog te verlenen toeslagen.