Statuut van de Internationale Organisatie voor Migratie Art. 23
HOOFDSTUK IX RECHTSPOSITIE
1 De Organisatie geniet de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doeleinden.
2 De vertegenwoordigers van Lidstaten, de Directeur-Generaal, de Plaatsvervangend Directeur-Generaal en het personeel van de Administratie genieten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.
3 Deze voorrechten en immuniteiten worden omschreven in overeenkomsten tussen de Organisatie en de betrokken Staten of vastgesteld door middel van andere door deze Staten genomen maatregelen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2013-11-21