Europees Verdrag betreffende de sociale zekerheid van arbeid Art. 18
Titel IV Overgangs- en slotbepalingen
De bepalingen van dit Verdrag inzake het verstrekken van uitkeringen behoeven niet te worden toegepast wanneer de arbeider of één van zijn gezinsleden bedoeld in artikel 3, lid 6, en in artikel 7, lid 2, genoemde uitkeringen rechtstreeks geniet op grond van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij, welke op hem van toepassing is.