Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op Art. 4
(a) De rechters genieten immuniteit ten aanzien van rechtsvervolging met betrekking tot door hen in hun rechterlijke hoedanigheid verrichte handelingen. Deze immuniteit blijft van kracht ook nadat zij hun functie hebben neergelegd. Een dergelijke immuniteit kan door het Tribunaal worden opgeheven.
(b) Een rechter kan niet uit zijn ambt worden ontzet tenzij hij naar het eenstemmig oordeel van de andere rechters niet langer aan de voor zijn benoeming vereiste voorwaarden voldoet of als hij zijn ambtsplichten niet langer vervult.
(c) De betrokken rechter neemt niet deel aan de beraadslagingen en het nemen van de beslissingen uit hoofde van dit artikel.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 1959-07-22