Verdrag betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorw Art. 12
1 Verklaringen, gezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig lid 2 van Artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie , moeten aangeven: a. de gebieden ten aanzien waarvan het betreffende Lid zich verbindt de bepalingen van het Verdrag ongewijzigd toe te passen; b. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt de bepalingen van het Verdrag met wijzigingen toe te passen, en waarin die wijzigingen bestaan; c. de gebieden waar het Verdrag niet toegepast kan worden, en in die gevallen de redenen waarom; d. de gebieden waarvoor het zich zijn beslissing voorbehoudt, hangende nader onderzoek van de omstandigheden.
2 De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben.
3 Elk Lid kan bij een nadere verklaring van alle of een deel der voorbehouden, neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring krachtens het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel, afstand doen.
4 Elk Lid kan op enig tijdstip, waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden medegedeeld wordt.