Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij · Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij
Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij Art. 12
Deel I
In ieder land moeten de opsporingen op het gebied van valsche munterij binnen het kader van de nationale wetgeving door een centraal bureau worden georganiseerd.
Dit centrale bureau moet in nauwe verbinding staan:
a) Met de instellingen, welke munt uitgeven; b) Met de binnenlandsche politie-autoriteiten; c) Met de centrale bureaux van andere landen.
Het moet in ieder land alle inlichtingen, welke de opsporing, voorkoming en bestraffing van valsche munterij kunnen vergemakkelijken, centraliseeren.