Verdrag nopens de wetten en gebruiken van de oorlog te land Art. 26
HOOFDSTUK I Van de middelen om den vijand te benadeelen, van de belegeringen en bombardementen.
De bevelhebber der aanvallende troepen moet, alvorens tot het bombardement over te gaan, en behoudens het geval van een aanval stormenderhand, alles doen wat van hem afhangt om de overheden daarvan te verwittigen.