Verdrag nopens de wetten en gebruiken van de oorlog te land Art. 31
HOOFDSTUK II Van de spionnen.
De spion die, nadat hij het leger waartoe hij behoort weder heeft bereikt, later door den vijand wordt gevat, wordt als krijgsgevangene behandeld en kan voor zijne vroegere daden van spionnage niet meer ter verantwoording worden geroepen.