Verdrag nopens de wetten en gebruiken van de oorlog te land Art. 34
HOOFDSTUK III Van de parlementairen.
De parlementair verliest zijn recht op onschendbaarheid, indien het stellig en onwederlegbaar bewezen is, dat hij van zijnen bevoorrechten toestand gebruik gemaakt heeft om eene daad van verraad uit te lokken of te plegen.