Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op cheques Art. 10
HOOFDSTUK I Van de uitgifte en den vorm van de chèque.
Indien de chèque handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van eene chèque te verbinden, valsche handteekeningen of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, desniettemin geldig.