Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europes Art. 268Definities
HOOFDSTUK 11 HANDELSGERELATEERDE ENERGIE
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering) van titel IV van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
1. „energiegoederen”: aardgas (GS-code 27.11), elektrische energie (GS-code 27.16) en ruwe olie (GS-code 27.09); 2. „vaste infrastructuur”: transmissie- of distributienetwerk, installaties voor vloeibaar aardgas en opslaginstallatie zoals omschreven in Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, hierna „ Richtlijn 2003/54/EG ” genoemd, en Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas, hierna „ Richtlijn 2003/55/EG ” genoemd; 3. „doorvoer”: doorvoer, zoals omschreven in hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering) van titel IV van deze overeenkomst, van energiegoederen via een vaste infrastructuur of oliepijplijn; 4. „vervoer”: de transmissie en distributie, zoals omschreven in de Richtlijnen 2003/54/EG en 2003/55/EG , alsmede het vervoer van olie via pijpleidingen; 5. „ongeoorloofde toe-eigening”: welke activiteit dan ook bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit een vaste infrastructuur.