Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieve Art. 1
HOOFDSTUK I Van de uitgifte en den vorm van den wisselbrief.
De wisselbrief behelst:
1° de benaming „wisselbrief", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2° de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som; 3° den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene); 4° de aanwijzing van den vervaldag; 5° die van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 6° den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan; 7° de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de wisselbrief is getrokken; 8° de handteekening van dengene, die den wisselbrief uitgeeft (trekker).