Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieve Art. 31
HOOFDSTUK IV Van het aval.
Het aval wordt op den wisselbrief of op een verlengstuk gesteld.
Het wordt uitgedrukt door de woorden: „goed voor aval” of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.
De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van den wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den betrokkene of van den trekker.
In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.