Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duit Art. 1
1 De communautaire regeling inzake douane-aangelegenheden en inzake kwantitatieve beperkingen en met name die vervat in de Akte van toetreding, is ten aanzien van de Kanaal-eilanden en het eiland Man onder dezelfde voorwaarden van toepassing als die welke voor het Verenigd Koninkrijk gelden. In het bijzonder worden de douanerechten en de heffingen van gelijke werking tussen deze gebieden en de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en tussen deze gebieden en de nieuwe Lid-Staten geleidelijk verlaagd overeenkomstig het ritme bepaald in de artikelen 32 en 36 van de Akte van toetreding. Het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte E.G.K.S.-tarief worden geleidelijk toegepast overeenkomstig het ritme, bepaald in de artikelen 39 en 59 van de Akte van toetreding, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 109 , 110 en 119 van deze Akte.
2 Voor landbouwprodukten en voor door verwerking daarvan verkregen produkten, waarvoor een speciale regeling van het handelsverkeer bestaat, gelden ten aanzien van derde landen de in de communautaire regeling vastgelegde heffingen en andere invoermaatregelen die door het Verenigd Koninkrijk moeten worden toegepast. Tevens zijn die bepalingen van de communautaire regeling en met name van de Akte van toetreding van toepassing die nodig zijn om het vrije verkeer en de inachtneming van de normale concurrentievoorwaarden in het handelsverkeer van deze produkten mogelijk te maken. Op voorstel van de Commissie bepaalt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen onder welke voorwaarden de in de voorgaande alinea's bedoelde bepalingen op deze gebieden van toepassing zijn.