Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duit Art. 1
1 Het Verenigd Koninkrijk wordt bij wijze van overgangsmaatregel gemachtigd om volgens onderstaande regels bepaalde hoeveelheden boter en kaas uit Nieuw-Zeeland in te voeren.
2 De in lid 1 bedoelde hoeveelheden bedragen: a) wat boter betreft, gedurende de eerste vijf jaar: – 165.811 ton in 1973 – 158.902 ton in 1974 – 151.994 ton in 1975 – 145.085 ton in 1976 – 138.176 ton in 1977 b) wat kaas betreft: – 68.580 ton in 1973 – 60.960 ton in 1974 – 45.720 ton in 1975 – 30.480 ton in 1976 – 15.240 ton in 1977 De Raad kan op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de verhouding tussen deze hoeveelheden boter en kaas aanpassen, mits hij zich houdt aan de hoeveelheid, uitgedrukt in melkequivalent, die overeenkomt met de totale hoeveelheid voor beide produkten voor het betrokken jaar.
3 De in lid 2 bedoelde hoeveelheden boter en kaas worden in het Verenigd Koninkrijk ingevoerd tegen een prijs waarvan Nieuw-Zeeland de naleving dient te garanderen in het c.i.f.-stadium. Deze prijs wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat Nieuw-Zeeland een prijs kan verkrijgen die overeenkomt met de prijs welke dit land op de markt van het Verenigd Koninkrijk gemiddeld verkreeg tijdens de jaren 1969, 1970, 1971 en 1972.
4 De overeenkomstig dit Protocol in het Verenigd Koninkrijk ingevoerde produkten mogen niet in het intracommunautaire handelsverkeer worden gebracht of opnieuw naar derde landen worden uitgevoerd.