Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, Art. 3Politieke dialoog
TITEL II POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING INZAKE BUITENLANDS BELEID EN VEILIGHEIDSKWESTIES
1 De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog op te voeren.
2 De politieke dialoog heeft tot doel: a. de ontwikkeling van de bilaterale betrekkingen te bevorderen; en b. de gezamenlijke aanpak van de partijen te versterken en ruimte voor samenwerking te identificeren op het gebied van regionale en mondiale problemen en kwesties.
3 De dialoog tussen de partijen neemt meer bepaald de volgende vormen aan: a. overleg, vergaderingen en bezoeken op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, wanneer de partijen dat noodzakelijk achten; b. overleg, vergaderingen en bezoeken op ministerniveau, met inbegrip van overleg op het niveau van de ministers van buitenlandse zaken, en ministeriële vergaderingen over handels- en andere kwesties die door de partijen worden vastgesteld, waarvan het tijdstip en de plaats door de partijen worden bepaald; c. regelmatige vergaderingen van hoge ambtenaren, indien passend geacht over bilaterale kwesties, buitenlands beleid, internationale veiligheid, terrorismebestrijding, handel, ontwikkelingssamenwerking, klimaatverandering en andere door de partijen vastgestelde onderwerpen; d. sectorale dialogen over aangelegenheden van gemeenschappelijk belang; en e. uitwisseling van delegaties en andere contacten tussen het parlement van Australië en het Europees Parlement.