Regeling vrijwillige begeleiding jeugdreclassering Art. 4
1 De begeleidende werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en c , vangen drie à zes maanden voor het tijdstip waarop de jeugdige de inrichting zal verlaten aan.
2 De begeleidende werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b , vangen, indien de begeleidende instantie niet al eerder contact met de jeugdige had, aan vanaf het moment dat de jeugdige zich in detentie bevindt.