Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte IVD Art. 3
1 Aan een afwijkend gebruik van de frequentieruimte ligt een besluit van of namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk de Minister van Defensie ten grondslag.
2 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste de volgende gegevens: a. datum en tijdstip waarop het besluit is genomen; b. de periode waarbinnen afwijkend gebruik van de frequentieruimte mag plaatsvinden; c. de persoon of instantie aan wie de bevoegdheid tot afwijkend gebruik van de frequentieruimte wordt verleend; d. welke vorm van afwijkend gebruik van de frequentieruimte er plaats mag vinden en ingeval van jammen, op welke wijze dit zal plaats vinden; e. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de geografische locaties waar de apparatuur met behulp waarvan afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden, mag worden ingezet.